Na de oorlog lag een groot deel van het Enschedese centrum in puin. Bij het wederopbouwplan kwam de verkeersdoorbraak, die reeds uitvoerig was besproken voor de oorlog, opnieuw ter sprake.
Dit mondde uit in het Boulevardplan. Prognoses gingen immers uit van een bevolkingstoename van 100.000 in 1950 tot 250.000 in 2000, en een enorme groei van het autoverkeer. Om dit alles op te kunnen vangen besloot de gemeente dwars door het centrum een brede boulevard aan te leggen, rondom deze weg zou het zakencentrum van de stad kunnen verrijzen.
Plannen voorzagen in lange winkelgalerijen, grote kantoorpanden, een nieuw postkantoor en een handelsbeurs. In de jaren '50 werd begonnen met de aanleg van de Boulevard 1945, hele wijken werden rigoreus gesloopt. Het centrum raakte ingesloten door braakliggende vlaktes, iets wat zeker dertig jaar zo zou blijven.
Behalve in het centrum werd ook aan de randen van de stad druk gebouwd. Voor het eerst in haar bestaan verrezen er etagewoningen. Nieuwe wijken vol portiekflats en torenflats zoals Boswinkel, Stadsveld, Twekkelerveld, Mekkelholt en Deppenbroek lenigden de woningnood en boden woonruimte aan nieuwkomers uit Spanje, Italië en Griekenland die in de textielindustrie kwamen werken.
In de jaren '60 werden de eerste bouwprojecten van het Boulevardplan opgeleverd; winkels en woningen aan het Van Loenshof en het Van Heekplein. Ook in het centrum verschenen nu de eerste torenflats. Maar de Enschedese skyline werd nog altijd voornamelijk gevormd door rokende fabriekspijpen. In een kleine tien jaar tijd voltrok er zich echter een economische catastrofe die de stad ingrijpend zou veranderen.
Bron: Errik Buursink (www.enschede-stad.nl).