De kleindochter van de in de oorlog door verraad omgekomen Gerard Sanders, Reneé Sanders is de regisseur van de film. De productie is in handen van René Mendel, die in 2000 de zeer succesvolle serie De Zomer van 1823 over Jacob van Lennep produceerde.
Van de Joodsche Raad in Enschede is bekend dat zij - als enige in Nederland - een actief onderduikbeleid handhaafde. Gedurende de Tweede Wereldoorlog bestond er in Nederland een netwerk van "Joodsche Raden". Vanuit een aantal grote steden en provincieplaatsen werd door deze raden een groot deel van de anti-joodse maatregelen uitgevoerd.
Het negatieve na-oorlogse beeld over deze instanties is in hoge mate bepaald door de Joodsche Raad van Amsterdam. De belangrijkste reden daarvoor is de gezagsgetrouwe en coöperatieve opstelling ten opzichte van de bezetter. In Enschede was de situatie heel anders.
De Joodsche Raad aldaar zou actief verzet hebben gepleegd en een actief onderduikbeleid hebben gehanteerd. Met als resultaat dat ruim eenderde deel van de Enschedese joodse gemeenschap de oorlog heeft overleefd: een voor Nederland hoog percentage.
De Joodsche Raad Enschede heeft een geheel onafhankelijke koers gevaren en is, voor zover bekend, de enige Joodsche Raad die zich niet volgzaam en lijdzaam naar de Duitse bezetter toe heeft opgesteld. Ook is de raad in Enschede de confrontatie aangegaan met de nationale Joodsche Raad, die onder voorzitterschap stond van de heren Cohen en Asscher van de Joodsche Raad Amsterdam.
Het verhaal gaat dat de voorzitter van de Joodsche Raad Enschede - textielfabrikant Sig Menko - bij een van zijn bezoeken aan de Joodsche Raad te Amsterdam voorzitter Cohen en vice-voorzitter Asscher vroeg hoe zij tegenover onderduiken stonden. Op het antwoord van Asscher en Cohen dat dit onderwerp niet bespreekbaar was, verliet Menko de vergadering en heeft nooit meer een bijeenkomst van de Joodsche Raad te Amsterdam bijgewoond.
In Enschede ontstond een goed geoliede onderduikorganisatie met als centrale figuren de heren Sig Menko, Isedoor van Dam (penningmeester) en Gerard Sanders (secretaris). Zij werden bijgestaan door Leendert Overduin, die de onderduikadressen aanleverde.