Acht 'Höchstellungsjuden' die door secretaris-generaal Frederiks uitverkoren zijn vanwege hun 'maatschappelijk belang', worden in februari 1943 ondergebracht in een Doetinchemse villa; Villa Bouchina. Dit verhaal is tot op heden nog vrijwel onbekend.
In februari 1943 weet de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken Karel Johannes Frederiks samen met zijn ambtgenoot Jan van Dam een lijst samen te stellen van Höchstellungsjuden, joden die van maatschappelijk of wetenschappelijk belang zijn geweest voor het Derde Rijk, door bijvoorbeeld in de Eerste Wereldoorlog voor Duitsland te vechten.
Frederiks' medewerker I.E. Hess schrijft hierover in zijn memoires: 'Er was van den beginne af aan reeds een lijstje [bedoeld wordt de 'Blaue Reiter'] van zogenaamde NSB-joden. Van Duitsche zijde had men zelf enige joden op een lijstje geplaatst, teneinde bijzondere bescherming te genieten uit hoofde van vroegere lidmaatschap der NSB, gemengd huwelijk met iemand die naar het Oostfront was gegaan en dergelijke. Deze mensen werden tenslotte uitgenodigd naar Doetinchem te komen te hunne verdere beveiliging, op de zelfde wijze als de anderen naar Barneveld zouden gaan. De directeur van de inrichting te Barneveld, zou tevens directeur te Doetinchem zijn. De interne inrichting en verzorging van de instelling te Doetinchem, werd aan het departement overgelaten.'
De redactie van www.villabouchina.nl wil duidelijkheid scheppen over deze zaak, voor het te laat is en er geen (bron)materiaal meer is. Het doel van het onderzoek is het uitbrengen van een publicatie over dit kleine interneringskamp en indien mogelijk het plaatsen van een herdenkingsplaat voor het pand.